Voorwoordje Van Rene Vanderhenst
vanderhenst01.jpg

Ik ben het nakomertje uit het huisgezin van (zo staat het geschreven in de bevolkingsregisters van Overpelt) Joseph Vanderhensten Catharina Helena Poelmans, op zich Pelters "Zjef en Katerliejn". Of het aan de vreugde om het einde van WO I of aan de verbeterde levensomstandig-heden lag weet ik niet, maar ik werd geboren in september 1919, tien maanden na de Wapenstilstand. Ik groeide op tussen mijn oudere broers Tjeu, Zjang, Herrie en mijn zusters Lies en Mia, in het ouderlijk huis in de buurt "het Dorp". Mijn ouders waren geboren en getogen Peltenaren; echte "Pèlterblaozen" zoals die van Neerpelt zeggen.

Ik bracht mijn kinderjaren door midden tussen de twee wereldoorlogen, een tijd die de wonden van oorlog I heelde, een tijd van opgang naar modernisering en welstand, waar in de verte de Vlaamse Leeuw nog schuchter brulde op Belgisch gebied.
De wil trachten in volgende bladzijden mijn buurt, mijn leefwereld, te beschrijven. Het was de buurt van Jandoor Hendriks, de "peetvader", van de Kenissen, die van Goverten de Vanderhensten, van Toon Lehaen, Henri Leen en Waard Coninx, van Katje van Sus en Mieke Flup, van Vanhoof, dokter Jan en vele anderen.
Met weemoed denk ik aan de tijd van toen en aan mijn jeugdvrien-den die als mooie en blijde bloemen voortleven in mijn herinneringen:
Zjef en Herrie van de Smeed,
Eduaar van de lange kommies en Reneeke Branders,
Franswa Vanhoof, Sjel van Thijs Lemmens en Pierre Verjans,
de broers Lowieke, Jan en Jos van bakker Sleurs,
Toon van den ontvenger en Zjaak van den dokter,
Charel van Lowie van 't Menneke,
Zjefke van Plien Tuyaers, Lewie van de Trap en … alle Peltenaren van
meer dan zeventig jaar.
Het aantal der oude Peltenaren die het Pelt van het jaar dertig gekend hebben wordt steeds kleiner en… ik tracht met dit bundeltje de "herinnering aan het verleden" te bewaren.
René Vanderhenst, Overpelt, 5 maart 1993

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License