Schol Doe Ze Nog Eens Vol

bron : "Widde’t oech nog" van René Vanderhenst
Zo eens een keertje echt flink op stap gaan, is haast onmogelijk geworden. Niet dat er geen cafés zijn in Pelt of dat er geen drank voorhanden is, nee!, maar het pintje en de sigaret, de troost van Jan met de pet, zijn werkelijk niet meer te betalen. Rond 1930 was het, voor die tijd, ook niet zo goedkoop om het nodige "vocht" in te nemen, maar Pelt zou Pelt niet zijn geweest als daar niet vier inboorlingen opstonden die er iets op vonden om de onkosten fel te drukken.

WiddetOech01.png

Henri Vanherck en Toon Lehaen

Rond de kerk, in de schaduw van de toren, huisde een geducht "quadroviraat", een befaamd viermanschap. Toon Lehaen was beenhouwer-herbergier, Sus den dekker was meester-schrijnwerker, Zjangske Last was een plekker, een Stukadoor met een hoofdletter (zo zijn er geen meer) en Zjang Giesbers was de vrolijkste postmeester van het land. Iets hadden ze gemeen: ze dronken op door de weekse dagen voor het middagmaal graag een paar "drupkes" als aperitief om hun eetlust te prikkelen maar… dat is nogal prijzig. Na een verhitte discussie in de hoek van Toons herberg, vonden ze een oplossing. Er werd besloten de ronde te maken en iedere dag op een andere plaats te gaan. Ieder clublid stortte één frank en een kwartje in de kas en baas Toon wisselde om in een stuk van 5 fr. Sus den dekker, eerste penningmeester, borg dat geldstuk veilig in zijn vestjeszak bij zijn Roskopf-horloge.
Maandag om klokke tien ging de eerste reünie door bij Zjangske Last. Dochter Jet schonk een stevige Hertekamp en daarna betaalde Sus eerlijk 5 fruit aan Zjangske. Dinsdag ging het borreluurtje door ten huize van Zjang, de postmeester, en daarna betaalde Zjangske Last de plekker royaal met die munt van 5 fr. Woensdag werd er vergaderd in de keuken bij Toon en vrouw Han schonk een prima klare. Met een koninklijk gebaar overhandigde postmeester Zjang het gisteren ontvangen geldstuk aan gastheer Toon. Het rijtje werd op donderdag vervolledigd in de kamer bij Sus. Dochter Katje keek verdorie niet op een drupke en dronk er zelfs eentje mee. Toon liet zich dus niet lonken en overhandigde Sus voornoemde 5 fr. En zie…Sus was weer penningmeester, bewaarde het muntstuk bij zijn horloge tot maandag want vrijdag en zaterdag ging de vergadering niet door wegens drukke beroepsbezigheden en zondag was pintendag. Maandag werd met frisse moed en veel goesting herbegonnen.
Jaren hebben onze vier spitsbroeders dat in ere gehouden; het 5 fr stuk verouderde het meest… maar het hield zijn waarde.
Aan alles wat aards is, komt een einde en zo verhuisden onze vrienden één voor één naar de hemel. Zjangske Last overleefde de anderen; 't weze gezegd, hij bezat als laatste penningmeester dat lidgeld en schonk het ruiterlijk aan de parochieherder om missen te laten lezen voor zijn dierbare jenevervrienden van weleer.
Ons Zjangske heeft nog meerdere jaren gewacht en nog gewacht want… postmeester Giesbers had niet één keer, maar honderden keren op de bijeenkomsten met plechtige stem verklaard: "Wees gerust, trouwe makkers, as ich ies goed en wel doa boven bin, koom ich trug; ge zult het zieën, woacht mèr! En es dé niej git, stuur ich e briefke noa onder." Zjang de postmeester is nooit teruggekomen. Een briefje is nooit gevonden en als postman kende Zjang toch zeker het adres.
Heeft iemand van ons misschien dat schrijven gevonden en het stiekem laten verdwijnen? Hoe ook, vader Last heeft jaren gewacht en is eindelijk zelf daarboven gaan kijken.
Ze drinken nu iedere dag hun borrel in de hemel en… betalen nog steeds met dat oude muntstuk van 5 fr.

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License