Onze Fanfare

bron : "Widde't nog van toen" van René Vanderhenst

Het verenigingsleven in het Pelt van de dertiger jaren nam nog niet zo'n hoge vlucht. Er was wel de boerenbond en de biebond ' Ambrosius", maar de eerste maatschappij van het dorp was ongetwijfeld de fanfare "Nuten Vermaak". Alle feesten en gebeurtenissen werden door onze muziekvereniging opgeluisterd. Er was geen kermis zonder de fanfare en bij elke gouden bruiloft, Eerste Heilige Mis of processie was "Nut en Vermaak" van de partij. Vanuit lokaal Reymen verin fanfare en slapte tuchtvol op door de straten. Voorop ging vaandrig Jef de smeed met het vaandel, daarachter de bestuursleden, de dorpsnotabelen en dan marcheerden de muzikanten. Ze waren toen nog niet geüniformeerd, maar als de zon op de koperen instrumenten schitterde, was het een feestelijk zicht.

Ja, "Nut en Vermaak" was onmisbaar in Pelt. En mijn familie heeft werkelijk haar bijdrage geleverd aan de bloei van de fanfare. Nonk Pier en nonk Pol, twee broers van mijn vader, waren "spelende" leden, maar ook mijn drie broers droegen hun steentje bij.
Tjeu, de oudste thuis, was een forse, sterke jongeling, die een ganse dag de zware moker kon zwaaien in de smis op de zinkfabriek. In zijn grote handen paste een klein instrument niet. Hij bespeelde met overtuiging, gevoel en kunde de trombone en later de tuba. In iedere optocht stapte hij fier in de laatste rij, de rij der zware mannen, de bassen.
Onze Zjang was een zeer goed muziekbeoefenaar. Als bugel-solo was hij een steunpilaar voor zijn maten. Hij had hetgeen de echte muziekkenners een zeer "sterk ammezuur" noemden. Gedurende zijn legerdienst was hij "clairon", klaroenblazer, en hij genoot de eer tijdens de zegeningen in de processie het "Te velde" te mogen blazen; dit tot algemene fierheid van de ganse familie.
Ook onze Herrie kreeg de muziek-microbe te pakken. Herrie had overal verstand van, behalve van muziek. Na enige lessen in de notenleer bracht hij een oude piston mee naar huis om te "oefenen"… en hij heeft geoefend, dagenlang. In de voormiddag, voor en na het eten en ook nog s’ avonds trok hij met zijn instrument de trap op naar de zolderkamer. Dag na dag galmde zijn meesterstuk, wel twintig maal daags, door huis en stal.
Hij speelde steeds hetzelfde wijsje:
la mi la si do si la si do re do si do re mi fa mi re do si
Hij speelde het met volharding, een betere zaak waardig. Iedereen in huis werd er op den duur misselijk van; Tjeu en Zjang renden naar buiten, ons Lies kroop in een hoekske in de schuur en ons Mia, die in de keuken verstelwerk deed, kreeg het ervan op de zenuwen. Dokter Janneke Vlin moest haar "een goei fles" voorschrijven om te bekomen. Na een paar maanden kwam de dirigent-leermeester tot de bevinding dat onze Herrie Riet verschil tussen fa-kruis en mi-bemol niet snapte en wisselde de piston tegen een "klein" trommel. Het huis hing toen vol tromgeroffel en donderslagen.

De eerste uitstap, het was met Pelt kermis, maakte een einde aan de muzikale loopbaan van Herrie. Hij roffelde vol vuur op het ezelsvel en sloeg de ganse fanfare hopeloos uit de maat. Onze Tjeu hield er een blauw oog aan over, toen hij tegen de bombardon van Lowie Reymen opbotste.

Feit is echter; indien de kunstenares, die het monumentje met de drie muzikanten op de hoek van het marktplein ontwierp, mijn broers had gekend, ze zeker model hadden mogen staan voor dit kunstwerk en dan… had onze Herrie geroffeld ten eeuwigen dage.
muzikant_winter.jpg

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License