Giel

bron : "Widde't nog van toen" van René Vanderhenst

Dagelijks zat in de rechter zijbeuk onder het beeld van de Heilige Antonius, de ouwe Giel den Olm, verzonken in gebed, onbeweeglijk op zijn harde kerkstoel. Zijn paternoster schoof regelmatig door zijn vingers. Een stoel met een kussentje huren in 't middenschip was hem kennelijk te duur en achter in de kerk, in de "koets" aan 't wijwatersvat, voelde hij zich niet thuis. Daar huurden de burgerij en de cafébazen van 't dorp, mensen die weinig tijd hadden en dus kort bij de deur thuishoorden.
Giel was jonkman en woonde, samen met zijn broer Frans, in een huizeke in 't Hasselt. Hij was een stille, vriendelijke, bejaarde man, grijs van aan zijn oude pet tot aan zijn klompen en bij de jeugd bekend als heilige Giel. Broer Frans, ook verstokte jonkman, was uit ander hout gesneden, ruiger en niet zo bekommerd om zijn zieleheil; een drupke smaakte hem gewoonlijk beter dan putwater. Frans zal wel geweten hebben dat broerlief genoeg godsvrucht had voor twee en dat een deeltje van al die goede werken ook hem ten goede zou komen.

sintAntoniusVanPadua.gif

Giel den Olm was de rechterhand van Sint Antonius van Achel, niet van Antonius met zijn varken want die woonde in 't Hent- de heilige van de verloren voorwerpen. Als een Peltenaar iets belangrijk miste, aanriep hij Giel. Voor een kleinigheidje trok hij op zijn klompen naar zijn Achelse Vriend, offerde zijn offergave en zie… 't verlorene kwam dikwijls te voorschijn. Het waren hoogdagen voor Giel als "de bedelpater" naar Pelt kwam om de "milde gaven" der inwoners te innen. Ze stapten van deur tot deur, de pater met zalvende stem en Giel met aan iedere arm een mand waarin de eieren, de boter en andere giften verborgen werden onder een rood-wit geruite handdoek. Zo ging hij door mijn jeugd! Zalige Giel den Olm, bid voor ons!

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License