Geef Ons Heden Ons Dagelijks Brood

bron : "Widde’t oech nog" van René Vanderhenst

Zo bidden we nog steeds, maar dat "brood" is wel veranderd sinds mijn jeugdjaren. Toen wij als kinderen onbezorgd rondtrokken achter de Heuf, op ’t Lindels veld, in de Heggestraat en andere Pelter landbouwstreken waar één of twee huizen stonden, zagen we nergens de maïsvelden van nu. Nee, onze ouders zaaiden hun rogge (koren), de basis van het dagelijkse brood, het roggebrood!

greenman02.jpg

In het najaar, als de velden geploegd en bemest waren, werd de rogge gezaaid. Het gewas schoot op en moest dan de gure wintertijd trotseren. We hielden er een beeldend gezegde aan over: wie veel moest lijden, “zag aaf geliek winterkoren op't veld!". In het warme voorjaar schoot het koren welig op. Van zo'n jonge halm kon je een fijn "feepke" maken.

Je moest alleen oppassen dat het “koremenneke” je niet te pakkenkreeg. Zelf heb ik dat manneke nooit gezien, maar Zjef L…, een schoolmakker, beweerde dat het zo ongeveer een meter groot was, helemaal groen zag en razend snel was. Zjef zelf was op 't nippertje ontsnapt, maar… 't weze gezegd: "Zjef was niet van de slimsten en stond bekend als een meester-leugenaar."
Als bij heet zomerweer het stuifmeel in wolken over de velden dreef, werd er gemaaid en geoogst. Wat later werd het graan op kar, hondekar of kruiwagen naar de molen gereden. Je had daar "de windmeulen van Driek de mulder" aan 't klooster, "de Leyssen-meulen" in 't Hasselt aan het Kruiske, "de Bemmertmeulen", "de Wilse meulen" en tegen Neerpelt, op 't Haspershoven, "de Slaagmeulen".
BemvaartseMolen.png
Bemvaartse molen

De zakken roggemeel werden in schuur of droog vertrek bewaard en waren de basis van voedsel voor mens en dier. Jaja, ook ons varken kreeg een warme ketel patatjes met een schep roggemeel!
De bakkers uit mijn tijd, Helmuske Sleurs op de Schuttersbooi naast " 't stretje" van Naar en den dikke Vanwin, en Willeke Driesen achter op het dorp, bakten ook wel speculatie, theekoeken en "perlegrekskes” maar hun specialiteit was toch roggebrood en mik bakken. In hun winkel kon je brood kopen. Helmuske Sleurs had zelfs een paardje en een koets en zijn knecht Zjaak leverde ten huize.
Peltenaren die op de fabriek werkten, maar er een akkertje bij bewerkten, maakten hun deeg zelf en lieten bij de bakker "in schieten”! Maar boerenmensen hadden een "bakhuiske" en bakten zelf hun dagelijks brood: hun roggebroden, mikken en vlaaien met pudding of spijs van "gebakken muis".
De vaste bakdag thuis en bij de meeste boeren was vrijdag; kwestie van 't brood 's zaterdags te laten afkoelen en 's zondags vers te kunnen eten en te snoepen van de vlaai.
Brood bakken was een zeer voorname taak voor moeder… en de aankomende dochters moesten ook tijdig de stiel leren met het oog op de toekomst.
Vrijdag voormiddag werd de deegtrog, de "moel", in de keuken op twee stoelen geïnstalleerd. Moeder, de mouwen opgestroopt, mengde het deeg: roggemeel, melk, boteren wat zout. De "hevel", overgehouden van vorig baksel, werd van de plank achter de kelderdeur gehaald en bijgevoegd en… het kneedwerk begon.
Om "witte mik" te bakken, werden bij Martha Vangaal witte "patent"- tarwebloem, drie maal zero (drie maal gebuideld) en een pakske gist gehaald.
Eens het deeg klaar, werd het in de ijzeren bakvormen gedaan en kort bij de kachel gezet om te rijzen. "Jong", zei moeder, "ziet dè d dieg niej in den trek kumt, dan slut 't neer! Had de deur mè tow."
Ondertussen werd in 't "bakhuiske" de oven gestookt. Uit de "mutterdmiejt" achter de schuur werden een paar "mutterden" gehaald…en dan maar stoken.
Als de vuurvaste stenen witgloeiend waren, kreeg het deeg nog een laatste beurt : de bovenkant van brood en mik werd nat gemaakt met wat zwarte koffie om de korst mooi glimmend te maken… en dan ging alles de oven in. Ook "ons" gebak, van een overschotje gekneed, ging mee. We maakten een manneke met krentenogen of een bol met een klontje of een appel in. Een ijzeren plaat sloot de oven af en… dan maar wachten.
Als de oven openging, sloeg je een warme gloed en een hemelse geur in het gezicht. Broden, mikken en vlaaien werden op de keukentafel uitgestald. En je kon zelfs op straat het heerlijk aroma van vers gebak ruiken. Eens het brood uitgelucht en afgekoeld, sloeg moeder met het broodmes een kruis op de onderkant van het brood en… daar kwamen onze "snee jen".
Lezer, heb je ooit zo'n verse roggesneej met een lik zelfgekarnde boter en een schel hesp van 't zelfgekweekte zwijn gegeten? Nee? Dan weet je niet wat "echt" lekker is!

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License