Dorpsfiguren

bron : "Widde't nog van toen" van René Vanderhenst

Giel was een dorpsfiguur van toen. Het ras der echte dorpstypen is uitgestorven, maar toen, in onze jeugd, waren er vele: ieder gehucht had er minstens ééntje. Die typen waren gewone, brave mensen, man oï vrouw, die zich iets anders gedroegen dan gewone stervelingen. Ze do lm geen sterveling kwaad, maar hun namen werden door oudere broers c n zusters gebruikt om ons schrik aan te jagen. Ze trekken door mijn verbeelding als onmisbare en goede herinneringen aan mijn jeugd; ik noem hier zo maar voor de vuist weg: Bessem Ties, Zotte Koels, Dries van de Schalk, en oh ja, Zjeineke! Zjeineke van Stinsel woonde achter op 't dorp in een nederig huisje. Zijn twee bejaarde zusters deden de huishouding en onderhielden er een fenomenale bende katten. Was het daarom dat we aan "hekskens" dachten, er aan deuren en vensters gingen loeren, kloppen en 't dan op een lopen zetten?

Zjeineke was een oud, grijs heertje met een sikkebaardje, een kindervriend, een tikkeltje seniel. Vanwaar hij overgewaaid kwam, weet ik niet. Hij sprak een deftig taaltje, deftiger dan het plat Pelter en er werd gefluisterd dat hij een "deftige hoge Piet van de douane op pensioen" was, die hier zijn centen kwam opleven. Ik zie hem nog door de straten wandelen gans in 't zwart, bolhoedje op en een stokje in de hand, vriendelijk groetend en knikkend. Op donkere avonden gingen de oudere jongens aan z’n deur luisteren en verhaalden in geuren en kleuren hoe Zjeineke het Maaseijcker weekblad voorlas aan zijn publiek: zijn zusters en de katten.

kraaiekop.jpg

Je zult denken dat onze jeugd er aardige manieren op nahield tegenover vreemdelingen maar toch was het zoiets als een tegenprestatie. Je moet weten dat iemand uit Zjeinekes gezin, zus Louise, bij valavond als een schaduw langs de muren sloop om aan deuren en vensters te luisteren en te loeren, gedreven door een onweerstaanbare drang naar nieuwsjes, liefst schandaaltjes. Ze was als een vinnige kraai en menig "pispotje" of "emmertje vuil water" werden over haar neergegoten. Hoe ook, als kind heb ik er van genoten om aan wandelend Zjeineke te vragen: "Hoe doet de geit?" Het vriendelijke baasje rekte zich .Lui klauwde met zijn wandelstokje in de luchten mekkerde met zijn dun stemmetje :" mé-é-é"!

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License