Boter Stoeeten

bron : "Widde’t oech nog" van René Vanderhenst

Wie de dag van heden door de supermarkt wandelt, vindt er in de rekken een uitgebreid gamma van boter: mooi verpakte natuurboter uit België, Nederland. Denemarken, en margarine van velerlei merken en nog meer hoedanigheden.
Hoorden we een tijd geleden geen jammerklachten over die reusachtige, nutteloze en overbodige boterberg? …En onze koeien maar melk geven. Die beesten moesten eens kunnen lezen en schrijven; ze zouden rood worden van woede over zoveel miskenning en zeker het “melkgeven" stoppen.
Ha. dat zou wat zijn! Stel je eens voor: Zjang Dilissen, één van de grootste Pelter veeboeren, betreedt 's morgens zijn stal en staart verbluft naar een grote affiche, daar tegen de muur gehangen door 't moderne koeiensyndicaat:
"We staken!
Trek niet meer aan ons spenen!
De boterberg is niet verdwenen!"
Krijgt heden ten dage iemand een tikje van Onze Lieve Heer op zijn lever of op zijn hart, dan moet je de dokter, de specialist, om nog te zwijgen over de overige huisgenoten, eens horen lamenteren. "Hoho, diëten maar! Geen vet en zeker geen "goei boter" meer eten!"

goeiBoter.png

Zoiets bestond niet in de dertiger jaren. "Goei boter" was toen iets ;. een delicatesse voor rijkere burgers en stadslui. Oh zeker, wij kregen ook wel eens boter! Zo'n boterham van zelfgebakken roggebrood of witte mik met een lik verse boter was iets lekkers, iets uitzonderlijks. Daar hoefde geen beleg bij. De doorsnee Peltenaar smeerde vet,varkensvet op zijn "roggesneej". De restjes van het versneden spekvarken werden uitgebraden en het gloeiend hete vet ging de "êrden pot" in. 's Morgens sopten we onze "sneej" in de pan of we smeerden ze met een laagje vet (weet je nog dat heerlijke spekskesvet?). 's Avonds belegden we ons brood met "boegende koek" of doopten het in ons bord pap.

karnton.jpg

Echte "goei boter" was te duur voor dagelijks gebruik. Wie koeien, schapen of geiten had, moest karnen, "boter stoeë-ten". Als boerenzoontje heb ik vele uren doorgebracht op een krukse, een melkstoeltje, voor de "boterstaan". Dat was een houten ton met bovenop een los deksel. In 't midden van dat deksel stak door een gaatje, de boterstoeëter, een steel met onderaan een rond plankje met gaatjes erin. De "volle" melk werd in de ton gegoten, het deksel ging er op en stoeëten maar: op en neer, op en neer, vele minuten lang.

Na een eindeloze tijd kwam moeder zich vergewissen van de vorderingen: deksel omhoog, letterlijk een vinger in de pap, eens likken om te proeven, wat warm water bijgieten om het "boterzetten" te bevorderen… "ge doet me vort, jungske, ge doet het goed!" en daar begon het weer: "op en neer en op en neer." Het leek een eeuwigheid te duren eer de boter klaarwas. De boterklont werd uit de "staan" gevist, moest uitlekken op een zuivere doek, werd gekneed, herkneed en gezouten.
Met wat overbleef in de ton werden we rijkelijk beloond: moeder kookte overheerlijke botermelk en kneedde de lekkerste plattekaas. We vergaten er zo waar onze stijve armen en schouders en pijnlijke rug bij.
Het overgrote deel van de boter ging, in een propere keuken¬handdoek gewikkeld, naar de zuivelwinkels van Miet van Frens Reymen en Nonk Pol achter op het dorp. Op de winkeltoog prijkte daar onder een grote glazen stolp een heerlijke gouden bol "goei boter". De burgerij kon kopen… en Nonke Pol reisde ermee naar Antwerpen.
Als kind ben ik er altijd fier op geweest dat de burgemeester van Antwerpen wel boter gegeten heeft, "gestoeëten" uit melk van onze Bella.
Je zult begrijpen dat werkmensen met één koe, een paar geiten of schapen, geen grote houten "staan" gebruikten om te "stoeten", maar een "zoanpot". Ik kende zelfs een paar onfortuinlijke klasmaatjes die urenlang de pot met schape- of geitemelk moesten schudden.
Ja! Zo moest het vroeger om het smeer op ons dagelijks brood.

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License