Boewten Zitten Op Den Tribun

bron : "Widde’t oech nog" van René Vanderhenst
"Het buiten zitten" hoorde ook echt bij een zonnige zomerkermis. Eens de afwas gedaan werd er in de namiddag een uiltje gevangen om het lekkere middagmaal de kans te geven te verteren. Dan werden de stoelen uit kamer en keuken naar buiten gedragen en zat de ganse familie langs de straat, in de schaduw van de voorgevel.
Daar werd er gebuurt, de laatste nieuwtjes besproken, de voorbijgangers begluurd en… niets ontsnapte aan de speurende ogen. De kermisbezoekers moesten haast "spitsroeden-lopen" als ze naar de foor stapten. Onnodig te zeggen dat onze jonge koppeltjes de late uren afwachtten om ter kermis te slenteren.
Ook op tweede kermisdag en op zon- en feestdagen was de straat afgezoomd met stoelzittende toeschouwers. De beginnelingenkoers werd gevolgd van "op den tribun" tegen de gevel. De renners reden 6 of 7 ronden door het dorp, naar Houtmolen, Fabriek, over de Kruiskiezel en terug over de Hei naar het dorp. Karke Loncke, onze man met klas, was profwielrenner. Zijn vroegere maten, Hênke Sleurs, Jaak Weckx, Bonnot Verdonck, de Sas van de Barrier en andere veelbelovende wielersterren, hadden in mijn "rakkerstijd" de tweewieler al aan de haak gehangen.
Een beroep waar ik als 10-11 jarige bengel mijn oog liet op vallen was "fietsenbewaarder". Dat leek me een stiel waar veel geld mee te verdienen was, zonder hard te moeten werken en … dat beroep kon uitgeoefend worden in de buurt van de kermissen.
Ik kende twee beroeps-fietsenbewaarders: Zjefke Martens alias Zjefke van de bult uit het Hasselt, en de zieke Hin.
In de late namiddag als de jongelui uit de omtrek kwamen aangefietst, zetten ze hun plaat "Fietsen bewaren, 1 frank." op de houten staander. Thuis in het "str'tje" was er, ingesloten tussen onze zijgevel, de schoolmuur en de achterbouw van het schoolhuis, zo 'n soort pleintje. Daar was het werkterrein van de zieke Hin. Feitelijk kwam die plaats Zjefke toe als bewaker met de meeste anciënniteit, maar verbaal durfde onze Zjef de Hin niet aan en dus verhuisde hij zijn werkterrein naar de brede stoep voor de schuurdeur van Zjef Hendriks.
De zieke Hin was een raar mens; hij was werkelijk kaduuk. Boven zijn hangsnor droeg hij een bril met heel dikke glazen, zijn ene schouder j was 10 cm hoger dan de andere, hij mankte en zijn handen leken wel klauwen m.a.w. er was niets normaal aan die vent. Onze Lieve Heer had hem, denkelijk als tegenprestatie, gezegend met een zeer grote "mond", letterlijk en figuurlijk. Hij keef en snauwde en blafte iedereen af. Liefhebbers van andermans fiets bleven de zieke Hin liefst uit de weg want… "hij war niej meen! " Veel later heb ik dikwijls horen beweren dat de Hin bisschop benoemd werd in de een of ander godsdienstige sekte. Ik wil het ook niet als waarheid verkondigen, maar zieke Hin had er de mond voor, Zijn sermoenen zullen indruk gemaakt hebben op zijn volgelingen.
Ik beleef ze nog in mijn herinneringen, die kermis rond 1930.
Ik zie voor me de snoepkraam, de paardjesmolen en de carrousel, de schiettent en de zwiermolen. Ik hoor nog het circusorkest en het lokkende orgel van de Meyleman, het gebonk van de schommel op de remplank, het geroezemoes van de kermisvierders, ik ruik nog de fijne geur van smoutebollen…
Het is meer dan 60 jaren geleden! Ik weet het nog alsof het pas gisteren gebeurde.

swingCarrousel.jpg
Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License